MENU

ZORGPRESTATIEMODEL Directe en indirecte uren – en hoe u daarmee omgaat

Zo’n drie maanden werken aanbieders in de GGZ inmiddels met het Zorgprestatiemodel (ZPM). De kern van dit model: meer eenvoud en minder administratie. Behandelaren hoeven hun indirecte tijd niet meer te registreren, omdat die is verdisconteerd in het tarief voor de directe tijd met cliënten. Toch moet er nog wel degelijk het een en ander bijgehouden én goed gepland worden om te zorgen dat uw behandelaren echt toekomen aan behandelen. Hieronder leest u over deze uitdagingen, en hoe u ze aanpakt.

De begroting (dat betekent plannen en realiseren)

Je zou kunnen denken dat een eenvoudiger systeem voor registratie meteen zorgt voor een eenvoudiger begroting. Maar dat is bij het ZPM niet het geval. Natuurlijk, u kunt een verdeelsleutel loslaten op het aantal uren dat behandelaren in het verleden per jaar maakten. U filtert de directe uren eruit en dat wordt het doel per behandelaar voor het nieuwe jaar. Doe dat keer het aantal fte behandelaren in een team, en u hebt een doel op teamniveau.

Als je in je begroting alleen rekent met het aantal fte op papier, organiseer je je eigen tegenvallers.

Toch zeggen veel GGZ-aanbieders nu na een kleine drie maanden ZPM al tegen ons: ‘Onze realisatie blijft achter bij onze begroting, hoe kan dat toch?’ De belangrijkste reden is eigenlijk oud nieuws: als je in je begroting alleen rekent met het aantal fte op papier, organiseer je je eigen tegenvallers. In de praktijk is de beschikbaarheid eigenlijk altijd lager. Er is bijvoorbeeld een vacature die moeilijk ingevuld wordt, of er zijn een paar mensen wat langer ziek. Zeker in de coronaperiode, tikt dat hard aan. Belangrijk dus om die praktijk mee te nemen in de begroting. Anders stuurt u op iets dat niet realistisch is, en dat is onhoudbaar.

Aan de andere kant is het zaak te zorgen dat u de inzetbaarheid van behandelaren duurzaam verhoogt. Bijvoorbeeld door vitaliteit, werkplezier en andere vormen van aantrekkelijk werkgeverschap te vergroten.

De agenda (dat betekent differentiëren en faciliteren)

Behandelaren willen graag behandelen. En de vergoeding van directe tijd in het ZPM kan een impuls zijn dat nog meer te doen. De vraag is alleen: hoe zorg je dat behandelaren daar ook tijd voor hebben, en niet verdrinken in de ruis eromheen? Een eerste mogelijkheid is taakdifferentiatie. Alle indirecte taken die een behandelaar niet zelf hoeft te doen (zoals het plannen van afspraken), neerleggen bij iemand anders. Dat gaat niet vanzelf (veel behandelaren zeggen dat ze het zelf sneller of beter kunnen), maar het is zéker de moeite waard. Een verpleegkundig specialist die drie keer op een dag ruim een kwartier besteedt aan het inplannen van een afspraak, is er per week bijna een halve dag aan kwijt. 

Het idee is dat u stuurt op ruimte en balans in de verschillende taken. Zodat behandelaren tijd overhouden.

Een andere manier is om uw behandelaren nog meer te faciliteren bij de taken die ze echt zelf moeten doen. Het liefst als maatwerk. Zo is het wenselijk om een signaleringsplan samen met de patiënt te maken. Ten principale (het gaat immers over het leven van de patiënt), maar ook praktisch. Uw behandelaar hoeft later niet nog eens van alles uit te werken. En dat scheelt tijd. De behandelaren hebben dan wel een laptop met een goede internetverbinding nodig. Natuurlijk kan niet elk rapport met een cliënt geschreven worden. Dán is het fijn als een behandelaar zelf kan bepalen wanneer hij of zij wel schrijft, en dan niet gestoord wordt door mensen met vragen. Via stiltetijd bijvoorbeeld.

Het idee is dat u stuurt op ruimte en balans in de verschillende taken. Zodat behandelaren tijd overhouden. En kunnen bedenken wat ze daarmee doen: vakliteratuur bijhouden, een extra patiënt behandelen of nog iets anders.

De registratie (dat betekent details kennen en delen)

Het klinkt zo makkelijk: alleen de directe tijd schrijven. In het vorige artikel las u al dat het complexer is. Dat u voor bepaalde toeslagen toch echt wél indirecte tijd moet bijhouden. Bovendien is het essentieel dat u helder heeft wat directe en wat indirecte tijd ís. Zo valt bijvoorbeeld overleg met familieleden (het systeem) wel degelijk onder directe tijd. In de regels voor registratie van verrichtingen en consultatie staat precies hoe dit zit. Dat weten sommige medewerkers in uw organisatie, bijvoorbeeld op de administratie. Nu is het zaak dat ook uw behandelaren dat weten, zodat zij in alle comfort hun professie kunnen uitoefenen: behandelen van patiënten in de ggz.

Meer weten?

Lees ook:

Op woensdag 31 augustus organiseert P5COM weer een digitale ronde tafel over het ZPM. Ben je manager of directeur in de fz of ggz? Meld je aan via dit inschrijfformulier.

Rob Janssen

Rob Janssen

Historicus met detailkennis van zorgprocessen
die een zinvolle bijdrage levert dankzij wederkerigheid

Gerelateerde artikelen