MENU

Bertine Lahuis ‘Wat er nu op ons afkomt, daar kunnen we niet tegenaan zorgen’

Bertine Lahuis, bestuursvoorzitter van Radboudumc, ziet het als haar plicht om het goede te doen voor velen, ook voor de volgende generaties. Dat doet ze met mildheid en compassie. ‘Het gaat er niet om wat er in het verleden verkeerd gedaan is, het gaat erom dat er in de toekomst iets anders nodig is.’

Zeg transformatie, en je zegt eigenlijk ook: Bertine Lahuis. Als kinderpsychiater was ze zo’n 25 jaar geleden betrokken bij de vernieuwing van de zorglijn voor mensen met autisme in het UMC Utrecht. ‘Die zorg was kwalitatief hoogwaardig, maar ook een beetje lukraak georganiseerd. Het moest efficiënter. Zodat je niet elke dag hetzelfde probleem zit op te lossen. En zodat het voor de patiënten en hun ouders inzichtelijker werd.’

Als bestuurder van Karakter voor kinder- en jeugdpsychiatrie loodste ze de organisatie door de decentralisatie van de jeugdzorg. ‘Met een huilend hart, want jeugdpsychiatrie was ineens geen recht meer, maar een voorziening, die je moet aanvragen bij de gemeente. Dat is stigmatiserend, en de ambtenaar komt daardoor veel te dicht in de spreekkamer.’

En als bestuurder van Radboudumc herschikte ze de organisatie van vijftig afdelingen naar een nieuwe structuur met elf centra waarin alle zorgtypes die bij elkaar horen gebundeld zijn. Dat maakt het gemakkelijker om koers te houden, om de afstemming (‘nodig én spannend’) tussen juiste betrokkenen te laten plaatsvinden, en om aan te sluiten bij wat er vanuit de maatschappij nodig is. Je zou het een inspiring performance kunnen noemen. En dat wordt ook door anderen gezien. Lahuis werd in Skipr verkozen tot de meest invloedrijke persoon in de zorg in Nederland, en ze won de Jeroen Meijerink Award voor Groen Leiderschap.

Geraakt en uitgenodigd worden

‘Voor mij gaat inspiring performance over de vraag wat je inspireert om tot de goede zaak te komen. Het gaat over energie, geraakt worden, en je uitgenodigd voelen om iets te doen of iemand te ontmoeten. En vervolgens over het resultaat dat je daarmee weet neer te zetten. In mijn rol is dat resultaat: het goede doen voor velen. Voor individuele medewerkers, onze organisatie, de maatschappij én de generaties na ons.’

Ze is een echte duurzaamheidsdenker. Activistisch misschien wel, en in ieder geval schuift ze in haar werk steeds meer op richting de maatschappij. ‘Als universitair medisch centrum zitten wij eigenlijk aan het einde van de keten als het gaat om de zorg die we geven. Wij zien dat ziek worden een kwestie van pech is, maar vaak ook het resultaat van gedragingen in de maatschappij. En dat laatste wordt mede veroorzaakt door overheidsbeleid. Mensen die ziek zijn door armoede, door de huizen waar ze in wonen, door ongezond eten, door eenzaamheid, of door milieuschade. Daar kunnen wij niet tegenop zorgen.’

Elke minister

En dus zet Radboudumc zich volle kracht in om dat te veranderen. In de spreekkamer, waar dokters óók met patiënten praten over wat ze nodig hebben om gezonder te kunnen leven. In de onderzoeksgroepen, die oorzaken van ziektes achterhalen en vaccins ontwikkelen. Én in de beleids- en bestuurskamers.

‘Ik zie het als onze plicht om aan de juiste mensen duidelijk te maken wat er nodig is. We hebben de overheid hier echt nodig. Gezondheid is niet alleen een zaak van het ministerie van VWS. Realiseer je dat wij als gezondheidszorg maar ruim 10 procent invloed hebben op de gezondheid van mensen. De rest komt door andere factoren. Ik vind daarom dat élk ministerie zich moet afvragen: wat zijn de gevolgen van ons beleid voor het welzijn en de gezondheid van onze inwoners? En niet alleen nu, maar ook vijf generaties verder, hun kinderen en kleinkinderen?’  

Balanceer-act

Lahuis draagt haar boodschap onvermoeibaar uit, binnen én buiten de gezondheidszorg. ‘Onlangs was ik op een bijeenkomst met industriëlen, waar ik dit verhaal ook vertelde. In de pauze kwam iemand naar me toe die zei: dit wist ik niet, dank u wel. Dan kun je denken: hoezo wist je dat niet? Zo veel nieuws vertel ik niet. Maar ik kan daar wel met mildheid naar kijken. Deze mensen hebben een balanceer-act te doen. De belangen van aandeelhouders, medewerkers, klanten. Dat jouw blik in de krant dan niet valt op de artikelen die ongemakkelijk voor je zijn, begrijp ik wel. Het gaat mij er ook niet om dat we in het verleden van alles verkeerd gedaan hebben, het gaat erom dat er voor de toekomst iets anders nodig is.’

‘Compassie gaat om je goed inleven in wat iemand zegt, en begrijpen wat diegene vindt, zónder het daarmee eens te zijn of mee te bewegen.’

Compassievolle taak

Ze ziet compassie als waarde om deze gesprekken vruchtbaar te laten zijn. ‘Het gaat om je goed inleven in wat iemand zegt, en begrijpen wat diegene vindt, zónder het daarmee eens te zijn of mee te bewegen. Opvoeding van onze kinderen zie ik bij uitstek als een compassievolle taak. Natuurlijk heeft een tiener geen zin om om twaalf uur thuis te zijn. Maar we gaan het wel zo doen. Omdat je weet dat een kind ook angstig raakt als je alles maar goed zou vinden. Duidelijkheid schept veiligheid. En dat is nodig om verder te komen. Je hoeft het ook niet met mij eens te zijn. Ik vind het fijn als ik sympathiek overkom, maar niet iedereen hoeft mij aardig te vinden.’

Wat haar helpt bij de grote veranderingen, is haar achtergrond als arts en kinderpsychiater. ‘Als arts ben je getraind in luisteren, analyseren, diagnosticeren en een plan van aanpak maken. En als kinderpsychiater werk je altijd in een gezin, of systeem, waarin alle radertjes in elkaar grijpen. Als je ergens aan draait, gaat de rest ook draaien. Bovendien leer je ontwikkelingstheorieën. Als je van A naar Z wilt, gaat dat niet in een keer. Er zitten nogal wat letters tussen.’

‘Mensen die zeggen: dit doen we wel eventjes, brengen meestal alleen maar schade toe.’

In de modder

Vertaald naar haar werk als bestuurder betekent het dat Lahuis kijkt naar het belang van velen, en dat ze de tijd neemt. ‘Mensen die zeggen: dit doen we wel eventjes, brengen meestal alleen maar schade toe. Je moet het kunnen verdragen om een tijd in de grijze modder te staan. En je tegelijk voortdurend afvragen of je het goede nog doet, en of dat goed genoeg is.’

Dat doet Lahuis ook privé. Niet dat ze nooit zondigt, maar verse bloemen komen er nauwelijks meer in (al die pesticiden) en het bakje druiven in de supermarkt bestudeert ze om te weten waar ze vandaan komen. Ze durft afstand te nemen en inspiratie te zoeken. Onlangs nam ze een sabbatical van drie maanden. ‘Een enorm cadeau van de mensen met wie ik werk. Ze gaven mij het vertrouwen en het zetje: gá gewoon Bertine, wij regelen het hier wel’.

Booker Prize

Ze nam de tijd om te mantelzorgen, te lezen en te reizen met haar gezin. En ook hier kwam het onderwerp transformatie veel voorbij. Of het nu gaat over organisaties, over sectoren, of over landen in verandering: de processen lijken veel op elkaar. Ook haar persoonlijke.

‘Ik mag hier nog anderhalf jaar bestuurder zijn. En de vraag is: wat wil ik hierna nog? Ik ben aardig voor mezelf geweest, ik hoefde het antwoord niet te vinden. Het leukste zou ik vinden om in de jury van de Booker Prize te zitten.’ (Lachend) ‘Dat vond een vriendin van mij iets te ambitieus. Zij raadde me aan te beginnen bij de NS Publieksprijs. Wie weet. Vaak is wat je doet een samenloop van koers en toevalligheid. We gaan het zien.’

Ziekenhuizen
Zorg